Banner huiswerkbegeleiding bijles examentraining archipel

Waarom huiswerkbegeleiding niet leuk is..

Een doorsnee middag bij de huiswerkbegeleiding. De leerlingen zitten aan hun tafeltjes, op enige afstand van elkaar, verbeten over hun huiswerk gebogen. In het lokaal heerst een geconcentreerde stilte. Af en toe stelt iemand een vraag, die op fluistertoon beantwoord wordt om de anderen zo min mogelijk te storen. Er hangt een kalme, rustgevende sfeer.

Dan begint er iemand te gapen. Een ander kijkt op van zijn werk en laat zijn blik afdwalen, door het raam, naar buiten. Daar schijnt de zon; het is een warme lentedag, je kan voorbijgangers op straat uitgelaten horen praten en lachen. De frons op het voorhoofd van de leerlingen wordt steeds dieper. Want hoe prettig en stimulerend de omgeving ook mag zijn: ze hebben er geen zin in. Huiswerkbegeleiding is niet leuk. Maar waarom is het nu juist voor middelbare scholieren zo ontzettend lastig om motivatie te vinden voor hun schoolwerk?

Een verklaring die men hier vaak voor aandraagt, is de ontwikkeling van het puberbrein. Het is al lang bekend dat de hersenen van kinderen in de puberteit door allerlei veranderingen heen gaan en daardoor kwetsbaarder en gevoeliger zijn dan die van volwassenen. Een belangrijke factor hierin is de ontwikkeling van de prefrontale cortex, het gebied dat verantwoordelijk is voor vaardigheden als plannen, controleren en vooruit denken. Bij jongeren is dit deel van de hersenen nog volop in ontwikkeling. In de praktijk betekent dit dat het voor pubers een stuk lastiger is om gevolgen op de lange termijn te overzien. Het beloningscentrum is dominant en dat zorgt voor de typische hang naar snelle pleziertjes: een paar likes op Facebook zijn een stuk aantrekkelijker voor een middelbare scholier dan het afkruisen van een taak op de weekplanning. Geen wonder dat het bijhouden van huiswerk erg laag op de prioriteitenlijst staat.

Toch is dit niet het hele verhaal. Ook met een brein in ontwikkeling is het mogelijk om motivatie voor schoolwerk op te brengen. Voor sommige leerlingen gaat dit echter makkelijker dan voor anderen. Waar ligt dat aan? Het verschil zit hem voornamelijk in motivatie van binnenuit tegenover die van buitenaf. In elke schoolklas zitten wel een paar leerlingen die helemaal gefascineerd zijn door een bepaald vak en voor wie het leren van de stof eerder een hobby is dan een straf. Zij halen die directe beloning dus wél uit hun schoolwerk en kunnen daardoor beter presteren. Voor veel scholieren is dit helaas niet de realiteit: zijn slaan zich iedere dag opnieuw met tegenzin door bergen huiswerk en toetsen heen. Hun discipline wordt hun voornamelijk van buitenaf opgelegd. Ze maken hun huiswerk omdat ze anders straf krijgen van de leraar, leren voor een zesje omdat ze hun ouders tevreden willen houden. Waaróm ze precies leren wat ze leren ontgaat ze volledig en dat maakt het natuurlijk ontzettend lastig om gemotiveerd te zijn. Pas wanneer ze een richting vinden die écht interessant voor ze is, komt het enthousiasme ineens omhoog. Jammer genoeg laat deze intrinsieke motivatie zich moeilijk afdwingen, waardoor het voor veel leerlingen gewoon bikkelen is.

Daar zitten ze dan, de dappere scholieren, met een brein in ontwikkeling en een gebrek aan plezier, na een lange schooldag te werken aan de vakken waar ze de grootste hekel aan hebben. Nee, huiswerkbegeleiding is niet leuk. Gelukkig mogen ze straks naar huis, om te voetballen, piano te spelen, te gamen met vrienden. En als ze straks hun diploma in hun hand hebben zullen al die uren van hard werken het hopelijk toch waard zijn.

 

Geschreven door: Marieke Glazenburg,  begeleider Stichting Studo