Bijles in Rotterdam

In Rotterdam gaan ongeveer 29.986 leerlingen naar het voortgezet onderwijs, zij zijn verdeeld over zo’n 62 scholen (gemeenschappen). Het onderwijs is op het moment onderhevig aan veranderingen. Klassen worden groter en er is minder tijd voor individuele aandacht. Dit kan voor problemen zorgen bij leerlingen die net dat beetje extra begeleiding nodig hebben. Na Nijmegen, Utrecht en Tilburg, geeft Stichting Studo vanaf oktober 2014 ook bijles in Rotterdam. Met de kennis, professionaliteit en ervaring uit de andere steden, wordt ook in Rotterdam volgens hetzelfde principe bijles en begeleiding aangeboden.

  • Een strenge selectie van bijlesgevers en begeleiders op basis van vakinhoudelijke kennis en didactische vaardigheden. Zij worden regelmatig bijgeschoold.
  • Professionele en persoonlijke bijles tegen de kostprijs.
  • Een gratis en vrijblijvend intakegesprek. Tijdens dit gesprek worden de sterke kanten en de struikelblokken van de leerling geïnventariseerd.
  • Er wordt toezicht gehouden op de voortgang door de coördinator.
  • Vorderingen worden besproken met de mentor en ouders.
  • Kwaliteit staat voorop.

Werkwijze

Stichting Studo hecht grote waarde aan de kwaliteit van de bijlessen. Er wordt alleen gewerkt met hoogopgeleide studenten met vakkennis. Onze bijlesgevers staan dicht bij de leerlingen, waardoor ze informatie kunnen overbrengen op een manier die bij de leerling past. Onze naam zegt het al, we zijn een stichting. We hebben geen winstoogmerk, hierdoor kunnen we bijles en begeleiding aanbieden zoals het hoort: hoge kwaliteit tegen een betaalbare prijs. Om te zorgen voor bijlessen die passen bij de leerling, beginnen we altijd met een intakegesprek door de coördinator met de leerling en zijn of haar ouders/verzorgers. Tijdens dit gesprek proberen we de hulpvraag van de leerling helder te krijgen. Aan de hand van deze hulpvraag stellen we een probleemlijst op met bijbehorende doelstellingen (volgens het SMART principe). Na dit gesprek wordt de leerling gekoppeld aan een bijlesgever die bij hem of haar past. De bijlesgever gaat samen met de leerling aan de slag met de doelstellingen. De vorderingen van een leerling worden bijgehouden door de bijlesgever en coördinator en bespreken deze met de ouders/verzorgers en uiteraard ook met de leerling zelf. Er wordt dus gewerkt naar een concreet doel, waarvan alle betrokkenen voortdurend op de hoogte zijn.